03.11.2003 Kameroen

Het is drukkend warm als we aankomen in Douala, Kameroen. Door raamloze betonnen gangen lopen we naar de aankomsthal, waar we met bezwete rode koppen op onze bagage wachten. Chaos, geen airco. De muggenmelk die ons tegen de malariamuggen moet beschermen gaat van hand tot hand. We sleuren onze tassen en koffers de trap af een met uitlaatgassen gevulde parkeerkelder in, waar een busje op ons staat te wachten. Negerjongetjes drommen om ons heen en bedelen om shampoo en pennen. Als we weer vertrekken, beloven we.
We zijn in Afrika.

De tour die we voor de volgende dag hebben geregeld - Mount Cameroon beklimmen- kan niet doorgaan vanwege de zware regenval van de afgelopen nacht. Gelukkig komt Joseph, onze lokale gids, gelijk met een plan b op de proppen, waar we mee instemmen. Hij vergewist zich ervan dat we allemaal een paspoort bij ons hebben in verband met de beruchte roadblocks, we laden de medical kit in die onder anderen bloedplasma en naalden bevat en we gaan op weg.

De rit is kleurrijk en afwisselend. Vanachter de ramen van de plakkerig warme bus zien we complete National Geographic-reportages aan ons voorbijtrekken. Overal langs de weg wordt koopwaar aan de man gebracht, vaak draagt men deze op het hoofd. Zo heeft de schoenenverkoper één schoen, de notenboer een schaal losse noten, een ander een complete etalage vol prullaria op het hoofd. De stad is druk en rommelig, een ontspoorde treinwagon hangt half naast de rails met eromheen mannen in gele pakken, en op de brug die ons de stad uitvoert staan we even in de file. Buiten de stad blijken de wegen verrassend goed onderhouden en de natuur overweldigend mooi. Alles is onvoorstelbaar groen. 9 maanden regen per jaar, legt Joseph uit, dan krijg je dat. We rijden langs uitgestrekte bananen- en rubberplantages en hij vertelt hoe gezegend dit land is met al haar voedsel- en andere natuurlijke bronnen. De Kameroeners die we spreken zijn zonder uitzondering trots op hun land.

We stoppen langs de kant van de weg bij een rubberplantage, waar mannen in vettig vuile t-shirts ons de winning van rubber met behulp van een mesje en een opvangbakje demonstreren. E?n van de mannen laat zich verbijsterd door collega M. het fenomeen wegwerpcamera uitleggen.

Een prachtige dag beleven we met onder andere een bezoek aan een botanische tuin en een apenopvang. De meeste indruk maakt de lavastroom aan de voet van vulkaan Mt. Cameroon, die sinds de uitbarsting van 1999 over de weg ligt en vlak bij de kust tot stilstand is gekomen. We klimmen een stuk naar boven (toch niet voor niets bergschoenen aangetrokken) en zien hier en daar nog rook uit de brede zwarte stroom komen. Joseph geeft lavastenen door, die gloeiend heet aanvoelen. Fotoverkopers met foto’s van de uitbarsting volgen ons op de voet.

We hebben nog even tijd voor we de terugreis naar Douala moeten aanvaarden - het is belangrijk om voor het donker invalt terug te zijn - en die brengen we door op het nabijgelegen strand van Limbe. Op een paar Duitse toeristen na is het er uitgestorven. We lopen er wat, laten het fijne zwarte zand door onze vingers glijden en genieten van de verkoelende wind. Als ik een foto van Joseph maak haast hij zich om zijn adres te geven. Ook de chauffeur wil graag op de foto, maar dan wel met onze piloot met wie hij zo fijn over voetbal kan praten! Ik beloof dat ik de foto’s op zal sturen. Een lokale grapefruitfrisdrank aan de bar besluit de tour.

Een uurtje of 2 later zijn we weer in de stad. We snakken naar een douche en schone kleren, en prijzen onszelf gelukkig met het beste hotel van de stad.

E?n van de vliegers heeft voor het avondeten gereserveerd bij Senat. Een Libanees restaurant, zegt hij en ik verwacht dan ook een cafetaria-achtige tent waar je bij tl-licht mezze kan eten, maar het blijkt een chique gelegenheid met als enige Libanese tintje de nationaliteit van de eigenaar. We bestellen allemaal vis, duur maar lekker, en voor de bijbehorende witte wijn hebben we slechts keus uit Chablis en Sancerre - duur, maar lekker.

2 uur ‘s nachts. We hebben heerlijk nageborreld in de naast het restaurant gelegen ruimte waar langbenige dunne serveersters met ronde billen af en aan lopen met drankjes en een fantastische live-band van geen ophouden weet. Een Ierse bezoekster die een nummer mocht meezingen maakt er 3 nummers later een rommelige jamsessie van en ik heb een lichte hoofdpijn. Anita en ik willen zoetjesaan naar het hotel. We willen immers de volgende dag ook nog wat van Douala zien. Vlieger T. wil gelukkig - in verband met de veiligheid - wel een taxi met ons delen. De taxichauffeur die ons eerder die avond voor een paar dollar naar het restaurant had gereden blijkt nog steeds op ons te staan wachten. Konden we de hele dag met het busje ongestoord doorrijden, nu worden we na slechts enkele meters rijden tot stilstaan gemaand door 3 politiemannen. Een roadblock, toch nog. Onze paspoorten worden doorgebladerd, men loopt ermee weg, wil weten wat we hier doen. We halen alle mogelijke paperassen die ons reisdoel toelichten erbij. T. worstelt met zijn schoolfrans. Uit de taxi die voor ons tot staan is gebrachte komt een hysterische Kameroense gerend die snikkend op de stoeprand gaat zitten. Ik heb spijt dat ik voor vertrek niet nog even ben gaan plassen. Net als de situatie grimmig dreigt te worden komt het verlossende woord. Une bi?re is wat de politieman wil. Met 1000 francs (2 dollar) koop ik ons vrij.

De volgende dag.
Van de stad zelf hebben we weinig verwachtingen. De bijnaam “armpit of Africa”, die we lazen op de Lonely Planetsite, is dan ook niet bepaald een aanbeveling. Slechts 3 bezienswaardigheden weet diezelfde site te melden. Voor het hotel staat alweer dezelfde taxichauffeur van gisteren paraat. We spreken af dat hij ons een tour van de stad zal geven voor 2000 francs. Tijdens de rit hebben we met hem discussies in het Frans over wat we gaan doen. Wij willen niet naar de markt en wel naar het museum, maar hij denkt daar anders over. Na wat vruchteloze omzwervingen eindigen we op een terras op een pier. Le dernier comptoir colonial heet het sfeervolle restaurant waar we aan een tafeltje schuiven. Anita vindt me veel te aardig als ik de chauffeur aanbied wat met ons te komen drinken. Wij bestellen allebei een cola light, hij smoest wat met de serveerster terwijl hij met duim en wijsvinger aangeeft hoeveel er in het glas moet.
Als de bestelling even later voor ons wordt neergezet blijkt wat we al dachten bewaarheid. Hij heeft een whisky besteld.

Terug bij het hotel volgt het eeuwige gesteggel over de ritprijs. Welnee, natuurlijk was het geen 2000, kijk maar, hier staat het: 12.000 voor een stadstour! Tja, dat misverstand komt natuurlijk door ons slechte Frans, zo zegt hij….. Door al het gedoe vergeet ik mijn camera. Ik ren terug en kan hem nog net op tijd van de achterbank redden.

’s Avonds, op weg naar het vliegtuig, puilen de zakken van mijn uniform uit van de flesjes shampoo, stukken zeep, pennen en muntjes. De jongetjes zijn er weer. Ze grissen alles uit mijn handen en rennen weg.

anneke | 22:40 | plaatsen
1) print ("s"); } else { print("reageer"); } ?>  »

Geweldig om te lezen Anneke zo`n reisverslag,ik ben benieuwd naar de foto’s.

Henny - 04.11.2003 - 13:30

Leuk verhaal!
Ik zal het gebruiken voor mijn werkstuk over Kameroen

Jolien - 28.01.2005 - 13:20

cool zeg maar heb je wat meer informatie over het land zelf en ik ben benieuwd naar de foto’s

bart - 20.11.2005 - 13:49

SAAI!!! fucking
slaapverwekkend

[anoniem] - 09.02.2007 - 14:03

saai

ik - 16.11.2008 - 09:56

dom!! zeg ik vind het echt te saai

{anoniem} - 07.12.2008 - 16:28

leuk verhaal maqar waar belijft de foto’s nou

bodricik - 23.04.2009 - 22:29
reageer







onthoud mij:






Alle HTML-tags behalve <a href>, <b>, <i>, <strong>, en <em> worden uit je commentaar gestript. Je e-mail adres wordt nooit gepubliceerd.