29.02.2004 Beddingtons
Een paar jaar geleden wilden Anneke en ik voor een speciale gelegenheid eens lekker uit eten. Omdat het een nogal spontane ingeving was, en we sowieso niet zo aan reserveren doen, zijn we op de bonnefooi naar Le Hollandais aan de Amstelkade gelopen. Helaas, vol. Na wat omzwervingen besloten we via de Ceintuurbaan naar het centrum te lopen. We hadden inmiddels flink honger gekregen, het was al wat laat. Op het Roelof Hartplein liepen we langs Beddingtons. Nooit van gehoord, beetje een vreemde inrichting ook. Voor het raam was een grijze muur gebouwd, met wat kleine uitsparingen erin. Je kon nauwelijks zien of er mensen binnen zaten. De menukaart zag er erg goed uit, maar het was allemaal wel wat prijzig. Onder het mom van ‘we hebben honger en het is toch al een gekke dag’ waagden we het erop.
Slechts enkele tafeltjes waren bezet. Het leek allemaal erg chic, de overige gasten kwamen duidelijk uit Zuid. Normaal gesproken voel ik me licht ongemakkelijk in een dergelijke omgeving, maar het personeel verwelkomde ons allervriendelijkst en nam meteen onze jassen aan, die ergens achter in de zaak verdwenen. Het interieur was rustig, de muur voor het raam waar ik me buiten nog over verbaasde, zorgde binnen voor een intieme sfeer. Er was geen muziek.
Lekkere broodjes en menukaarten werden gebracht. De kaart was simpel van opzet, gewoon een keuzemenu van drie of vier gangen. Wel zo makkelijk. De sommelier met een Vlaams accent kwam ons helpen bij de wijnkeuze. Ik houd van zware rode wijnen, maar Anneke had liever iets fruitigers. De Belgische jongen wist ons een echte allemansvriend aan te raden, die inderdaad naar meer smaakte. Het eten was fantastisch, alles was zeer creatief en met erg veel zorg bereid. De liefde voor het vak straalde ervan af. Wat de avond echt compleet maakte was de hele ervaring eromheen. De fijne sfeer, de afwezigheid van vervelende muziek, bedienend personeel dat het vak tot in de puntjes beheerst en je echt een leuke avond wil bezorgen. Aanwezig als als het gewenst is, onzichtbaar en effici?nt als de situatie erom vraagt. Al met al een perfecte avond, dit was zonder twijfel de beste restaurantervaring die we ooit hebben gehad.
Niet zo lang na deze avond las ik in het Parool dat Jean Beddington haar zaak zou sluiten. We waren blij dat we het nog mee hebben mogen maken. De nieuwe zaak die in het pand kwam, Cadans, had de muur voor het raam weggebroken en verschillende wanden fel rood geschilderd. Ik heb nooit de drang gehad er binnen te lopen.
Sinds een paar maanden is Beddingtons terug. Jean heeft Zuidlande aan de Utrechtsedwarsstraat overgenomen. Vandaag las ik de recensie van Johannes van Dam in de bijlage van het Parool: een 10-. Dit ietwat zeikerige cijfer (geef dan gewoon een 10) was tot nu toe alleen ten deel gevallen aan Wilhelminapark, het Utrechtse restaurant van Ben Jon Sistermans. Ik ben blij dat dit juweeltje weer een plaatsje heeft in Amsterdam en het blijkbaar nog niets van haar glans verloren heeft.
Update 06-04-2004: Onze recensie.
28.02.2004 Kleurbalans
Ik hou niet zo van natuurgetrouwe kleuren in foto’s. Van mij mag het allemaal wel een beetje dik aangezet, met volle kleuren, afwijkende tonen en hard contrast. De witbalans-instelling op de camera is dan ook niet zo interessant. Tijdens de nabewerking wordt er zoveel aan kleurtemperatuur en -balans aangepast dat het weinig meer met het origineel heeft te maken.
Nadat we afgelopen woensdag terugkwamen van de herdenking van de Februaristaking, had ik duidelijk nog de kou in mijn lijf zitten. Alle foto’s zijn erg koel, blauwig, en redelijk donker. Vandaag kwam ik al zappend langs TMF en zag ik de videoclip van World Idols winnaar Kurt Nilsen. De mensen die de kleurbewerking van deze clip hebben gedaan, hebben zich lekker uitgeleefd. Het is groen, geel en overbelichting wat de klok slaat. Ge?nspireerd heb ik de foto’s van afgelopen woensdag nog eens onder handen genomen.
Voor en na:
Mijn smaak verandert geloof ik nog iedere dag, ik ben benieuwd wat ik er morgen van vind.
Zegt het maar, welke versie valt bij u beter in de smaak?
27.02.2004 Kip
Het was toen we nog in de Pijp woonden een echte luxe om de beste poelier van Amsterdam op drie passen afstand te hebben. Als ik nu een kipfiletje bij AH haal, heb ik een licht gevoel van schaamte. We wonen slechts een paar honderd meter verderop, maar we komen nauwelijks meer bij onze ‘kippenboer’.
De geur van gebraden kip associeer ik steevast met thuiskomen. Als ik bij het Sarphatipark de hoek om reed en het laatste stukje naar huis fietste, werd de geur steeds sterker. Als ik mijn fiets in het rek zette, was de oven met ronddraaiende kippen het eerste wat ik zag.
Het was ook zo lekker om op terug te kunnen vallen als je echt geen zin had om te koken. Gewoon wat frietjes van de patatboer verderop en een hele gebraden kip. ‘Zal ik hem even voor u doorknippen?’, was de vraag dan. Hmmmm, vanavond even met een omweg naar huis….
26.02.2004 Eerste stapjes in de sneeuw
25.02.2004 Herdenking Februaristaking
25.02.2004 Opening Hermitage
24.02.2004 Something’s Gotta Give

We moesten erg lachen om de trailer van Something’s Gotta Give, maar ik had al een beetje het gevoel dat wij misschien niet helemaal de doelgroep zouden zijn. Wat me ook een beetje beangstigde was het feit dat het script door Nancy Meyers is geschreven, ook verantwoordelijk voor draken als ‘Father of the Bride’ en ‘I Love Trouble’. We hebben hem toch maar een kans gegeven, het is tenslotte toch een film met Jack Nicholson.
Nicholson speelt de onverbeterlijke rokkenjager Harry, die nog nooit een relatie heeft gehad met een vrouw van boven de dertig. Zijn huidige vriendin Erica (Amanda Peet, bekend van de TV-serie Jack & Jill) is veilingmeester bij Christies. Tijdens een bezoek van de twee aan het buitenhuis van Erica’s moeder, een succesvol schrijfster gespeeld door Diane Keaton, krijgt Harry een hartaanval, met alle gevolgen van dien.
De film draait geheel om Jack Nicholson en Diane Keaton. De chemie tussen deze twee zorgt er dan ook voor dat de rest van het acteursensemble ernstig verbleekt. Amanda Peet kwam op mij niet bepaald geloofwaardig over als veilingmeester die voor de charme’s van platenbaas Jack Nicholson valt. Misschien was dat nog wel het meest geloofwaardige, want ik was even vergeten dat ook Keanu Reeves een rol had. Bij Keanu stel ik met altijd voor dat hij ieder moment kan zeggen: “Duuude, exellent! Party on dudes” of “I know Kung Fu…!”, een stigma waar hij waarschijnlijk niet zo snel vanaf zal komen (denk Sean Connery en “Schaken, not schtirred”). Het wordt nog erger, want Keanu speelt een hartchirurg die dol is op toneelstukken en valt op een twintig jaar oudere vrouw. Helaas, dat gaat er bij mij niet in.
Ik heb nog meer te zeuren, want zoals ik al eerder meldde speelt Nicholson platenbaas… van een hiphop label! Ik weet niet hoor, als je als rapper je street credibility wilt behouden moet je denk ik niet bij een platenmaatschappij zijn die geleid wordt door een blanke bejaarde man. Ik krijg ook een beetje de indruk dat dit personage gebaseerd is op Tommy Mottola, de 54-jarige platenbaas van Sony die getrouwd is geweest met de veel jongere Mariah Carey.
Maar goed, alle kritiek ten spijt hebben we het hier dus over een veilige romantische komedie die wonder boven wonder overeind blijft door de chemie tussen Jack Nicholson en Diane Keaton.
22.02.2004 Osaka
Met Lost in translation nog vers in het geheugen zag ik tot mijn verrassing een Japanvlucht op mijn indeling staan. Osaka, derde stad van Japan, en een van de favoriete bestemmingen van vriendin Ilse en mij. Helaas kon zij er deze keer niet bij zijn. Waarom ik er zo graag naar toe ga? Ik ga proberen dat uit te leggen. Zou ik er willen wonen? Van m’n leven niet. Dit stukje gaat over mijn fascinatie voor een ondoorgrondelijk land.
Japan beleef ik altijd door een waas van slaapgebrek. Ook deze keer lag ik weer midden in de nacht met knorrende maag - avondetenstijd in Nederland - in een geluiddichte hotelkamer hysterische tv-spelletjes te kijken. Toch maar vroeg op om te ontbijten en deze enige volledige dag in Osaka te benutten. Het grootste deel van de bemanning was inmiddels al weer op weg naar huis. Ik bleef achter met twee collega’s.
Katerig door de acht uur tijdverschil, soms misselijk en met op de raarste momenten trek bewogen we ons per metro door de stad. Ik voelde me zoals altijd meer toeschouwer dan deelnemer. Contact met mensen is er nauwelijks, afgezien van de ongevraagde hulp van immer toesnellende metrostationmedewerkers en verzoeken van scholieren om Engelse conversatie met je te mogen oefenen. Niemand lijkt acht op elkaar te slaan, ook niet op drie Nederlanders die boven iedereen uittorenen. Hoe anders is het in China, waar men naar je wijst, je van top en teen bekijkt en iedereen met je op de foto wil.
Japanse meisjes blijven heel lang meisje, met hun gegiechel achter de hand , hun minirokjes, het haar in staartjes, roze prullaria aan tas en telefoon en sloffende o-benen in laarzen met ronde neuzen. De hier lange tijd zeer populaire plateauzolen lijken eindelijk het veld te hebben geruimd. Vooruitstrevende jongens herken je aan hun geverfde haar: meestal roodbruin, soms blond, waarbij dat laatste immer uitloopt op een ziekelijk bleekmakend pisgeel. Naast een handjevol traditionele architectuur - voornamelijk tempels - zie je veel grijze blokkendozen, nauwelijks onderbroken door groen. Stations en winkelcentra baden in fel tl-licht. In de warenhuizen veel schreeuwerige kleuren. Kledingzaken verkopen onmodieuze waar of onbetaalbaar design. Auto’s zijn vierkant en roze. Bijna niemand spreekt Engels. In de restaurants kun je gelukkig in de etalage aanwijzen wat je wilt eten. Dat wat binnen enkele minuten fraai gestileerd op je bord ligt ziet er altijd precies zo uit als het plastic voorbeeld. Uit automaten op straat kun je koude en warme koffie trekken. In blik, waar je ongenadig je lippen aan kunt branden. Op iedere straathoek zijn zeer gewelddadige seksstrips te koop, die door jong en oud in het openbaar worden gelezen. Daadwerkelijke verkrachtingen schijnen daarentegen vrijwel niet voor te komen in Japan. Overige misdaad ook niet trouwens.
Ons enige concrete uitstapje deze keer was naar het Umeda Skybuilding. In de glazen lift in glazen schacht werd ik overvallen door een zo hevige aanval van hoogtevrees, dat ik stug in de mij net uitgereikte folder moest blijven kijken om niet in paniek te raken. Degenen onder u die ooit het bovenste stuk van de Eiffeltoren per lift hebben gedaan kennen het gevoel misschien. Afgeschoten in het luchtledige, zonder te weten of je ooit nog tot stilstand zult komen. Sjakie en de Chocoladefabriek. De bovenste etage hing vol Valentijnsharten. Bij het grootste werd druk geposeerd voor foto’s. Een trap leidde ons naar het dak. We werden er verwelkomd door een dame in stewardessenpakje met bijpassend hoedje. Het uitzicht vanachter de ronde balustrade was prachtig. En de weg naar beneden was een stuk minder eng.
In de bijna lege metro terug zagen we het prachtig geklede meisje linksboven. Ik vroeg of ik een foto van haar mocht maken. Haar besmuikte gegiechel heb ik maar als een ja opgevat. In alle overige situaties leek mijn camera onzichtbaar. Ik heb me nog nooit zo vrij gevoeld in het fotograferen. Geen gekke bekken, geen verwonderde blikken terwijl ik in een van de vele fel verlichte speelhallen bizarre spelletjes spelende Japanners vastlegde. In de 100 yenshop (100 yen=1 dollar) kocht ik een pakje chopsticks. Het robotachtige personeel draaide tijdens het vakkenvullen lange verhalen af tegen niemand in het bijzonder, de jongen achter de kassa gaf mij het bonnetje van mijn schamele aankoop volgens de regels der etiquette keurig aan met twee handen en een buiging. Na de laatste sushimaaltijd volgde nog één slapeloze nacht. Vanuit mijn hotelkamerraam op de tiende etage zag ik de Japanse Universal Studios liggen, en de knipperlichten aan de hoge bruggen. Het leek allemaal oneindig ver weg.
Japan heeft prachtige natuur en mooie tempels, maar wat het echt interessant maakt is dat alles er zo anders is. Petje af nogmaals voor Sofia Coppola, die de sfeer van dit land zo raak heeft weergegeven in haar film.
20.02.2004 Handen
“Massage?”
“Graag!”, antwoordde ik.
Van alle dingen die de laatste jaren bij het bedrijf waar ik werk zijn wegbezuinigd, is wonder boven wonder de periodieke stoelmassage gebleven. Zo een keer in de drie maanden komt een dame van het naburige centrum voor fysiotherapie langs, om iedereen een massage te geven. Vandaag was ik aan de beurt. Altijd heerlijk als je schouders eens helemaal losgemaakt worden. Ik ben nadien altijd zo ontspannen dat ik een uur lang alleen maar voor me uit kan staren (ik hoor u denken: “goed voor de productiviteit, die massages!”).
Net als vorige keer hadden de masseuse en ik een discussie over de waardeloze doorbloeding in mijn handen. Die zijn namelijk ijskoud, klam, en soms zelfs paars uitgeslagen. Het vreemde is dat dat eigenlijk alleen op mijn werk is. Nu vraag ik me toch af hoe dat zou komen. Ik geef altijd de belabberde airco de schuld, misschien is het het vele typwerk, maar eigenlijk weet ik het gewoon niet.
De masseuse dacht dat acupunctuur wel eens zou kunnen helpen, om op die manier geblokkeerde zenuwbanen vrij te maken. Mijn eerste reactie is altijd wat sceptisch, maar eigenlijk sta ik er helemaal niet zo onwelwillend tegenover. Iemand goede of slechte ervaringen?
19.02.2004 NG Fotogids: mensen en portretten

Bij de aanschaf van mijn eerste spiegelreflexcamera bestelde ik meteen de National Geographic Photography Field Guide. Het bleek het ideale boek voor de beginnende fotograaf, omdat het een combinatie is van technische informatie en vehalen van NG fotografen over hun inspiratiebronnen en werkwijzen. Een tijdje terug heb ik het boek nog eens uit de kast gepakt. Vooral de ervaringen van de fotografen bleek het herlezen waard, zeker omdat ik nu een beter idee heb wat voor fotografie me aanspreekt: straatfotografie en mensen.
Om deze reden heb ik de ‘NG Fotogids: mensen en portretten’ voor mijn verjaardag gevraagd. In dit boek komen alle aspecten van het fotograferen van mensen aan bod, vari?rend van apparatuur tot gebruik van licht, van straatfotografie tot formele portretten.
De fotogids bevat een hoop nuttige informatie. Het is vooral verfrissend om te kunnen lezen over inpiratiebronnen en de interactie met mensen tijdens het fotograferen, omdat het meeste leesmateriaal in boeken en op internet over puur technische zaken gaat (ik heb me daar al eens eerder over uitgelaten). Hoewel ik niet niet altijd eens ben met het advies dat gegeven wordt en er hier en daar wat open deuren worden ingetrapt, staat er genoeg informatie in die iedereen kan gebruiken om betere foto’s te krijgen. Ik vond bijvoorbeeld de tip om mensen te betalen voor het mogen maken van een foto wat dubieus, zeker omdat het vergeleken werd met het betalen voor een ansichtkaart. Ik zou persoonlijk eerder een afdruk opsturen, wat naar mijn mening veel leuker en persoonlijker is.
Het meest opvallende uit het boek vind ik de informatie over het contact met het onderwerp dat je fotografeert. Ik merk dat ik wel in staat ben als de juiste situatie zich voordoet het moment goed vast te leggen, maar dat ik nooit een actieve rol speel in het proces; een praatje, mensen vragen ergens te gaan staan, of een bepaalde kant op te laten kijken, dat soort dingen. Lijkt me leuk om me daar wat meer mee bezig te houden.
18.02.2004 Zushi
Na een paar dagen Japan had ik de smaak van het sushi eten weer goed te pakken. Gelukkig kan dat ook in het dorp Amsterdam, zij het helaas niet meer in het ter ziele gegane Zento, dat inmiddels voortleeft in de gedaante van Caf? De Pijp. Zushi was de locatie van onze Japanse lunch gisteren, en we waren er voor het eerst.
De eerste indruk was goed: mooie ruimte met groot raam, goeie sfeer, fijne muziek (Koop). De hapjes kwamen voorbij op een lopende band, die om een kok heendraaide die al het lekkers klaarmaakte. Het principe is simpel: je pakt van de band wat er smakelijk uitziet en na afloop wordt door middel van het aantal lege bordjes voor je neus bepaald hoeveel je af moet rekenen, waarbij de kleur van ieder bordje weer een bepaalde prijsklasse vertegenwoordigt. Voor wie geen rauwe vis blieft komen er ook gefrituurde dingetjes, mini-salades en zoete toetjes voorbij, en bovendien kan er het een en ander besteld worden, zoals soep. Zelf vind ik de nigiri sushi het lekkerst, de eenvoudigste soort die slechts bestaat uit rijst en een stukje vis of omelet. Even dippen in sojasaus met wasabi - dat laatste voorzichtig doseren om pijnscheuten via neus naar voorhoofd te voorkomen - en smullen maar. Hierbij dronken wij groene thee, in Japan altijd gratis bij het eten, hier helaas niet. En dat brengt me gelijk bij het enige minpuntje aan dit verder zeer aan te bevelen etablissement: als je er echt je maag wilt vullen kost het je wel een paar centen.
17.02.2004 Zo dus niet
Alex had wat verjaardagsgeld te besteden. Maison de Bonneterie hebben we maar even overgeslagen….
15.02.2004 Portret
14.02.2004 31 Songs
Mijn liefde voor muziek is na de afgelopen jaren wat ingedut te zijn weer helemaal tot leven gewekt door het webloggen. Vooral de beste muziek van… en verzamelzut projectjes hebben ervoor gezorgd dat ik ook weer eens in mijn kast ben gaan kijken en naar nieuwe muziek ben gaan luisteren. Merel en George deden er nog een schepje bovenop door me 31 Songs te geven.
Nick Hornby, bekend van ‘High Fidelity’, schijft over ‘Smoke’ van een van mijn favorite bands Ben Folds Five, het volgende:
‘Smoke’ is, vind ik, tekstueel perfect, intelligent, triest en kernachtig, op een manier die mijn vriend niet zou waarderen; het is ook een van de zeer weinige liedjes die een bespiegeling zijn op het proces van de liefde, in plaats van over het object of subject. En het was een vaste metgezel tijdens het einde (het lang uitgesponnen einde) van mijn huwelijk, en deed me toen wel iets, en het doet me nog steeds iets. Veel meer mag je niet van een liedje verlangen.
Ben Folds Five - Smoke (Live van ‘Sessions at West 54th’)
Nu al die andere bands die ik nog niet ken ontdekken. Dankjewel!
13.02.2004 School of Rock

Barry: Holy shite. What the fuck is that? Dick: It’s the new Belle and Sebastian— Rob Gordon: It’s a record we’ve been listening to and enjoying, Barry. Barry: Well, that’s unfortunate, because it sucks ass!
Met deze legendarische woorden leerde ik Jack Black kennen, die Barry in High Fidelity speelde. Black is een geweldige komediant en muzikant; niet heel veelzijdig, maar wel erg grappig. Dat hij nog eens de hoofdrol zou spelen in een film rond deze kwaliteiten leek voor hand te liggen. School of Rock is deze film.
Black speelt Dewey Finn, een gitarist die uit zijn band wordt gezet omdat hij zich niet in kan houden met stage diven en het spelen van solo’s. Zonder inkomen en met een torenhoge huurachterstand doet hij zich voor als zijn huisgenoot, een invalsleerkracht op een basisschool voor kinderen van welgestelde ouders.
Van lesgeven heeft Finn geen verstand, maar van rock-‘n-roll des te meer. Binnen de kortste keren heeft hij een schoolband opgericht en wordt alle tijd besteed aan het spelen van rockmuziek en het leren van de achterliggende theorie. Als doel stelt hij de kinderen een talentenjacht in het vooruitzicht. Als het schoolhoofd en de ouders er achter komen wat Finn uitspookt, breekt de hel los.
De film ontvouwt zich op een voorspelbare manier en het happy-end met omhelzingen is onvermijdelijk. Enige vorm van nuance of ingetogen spel is Black voltrekt vreemd, maar dat geeft allemaal niets. School of Rock is gewoon een grappige niets-aan-de-hand film voor een gegarandeerd middagje lol.
12.02.2004 Nieuwsdienst
Ik zag zojuist in het journaal dat twee schepen per dieplader van de Amstel naar de RAI zijn vervoerd. Door de grootte van de schepen moesten hiervoor tramleidingen en stoplichten verwijderd worden. Nu had dit gebeuren ongetwijfeld een leuke foto opgeleverd, en veel meer dan de straat op lopen had ik niet hoeven doen. Dit heb ik zo vaak: ik zie iets leuks in het nieuws of lees ergens over in de krant en denk “Had ik het maar geweten, daar had ik bij willen zijn”.
Hoe blijft de pers op de hoogte en is dat soort informatie beschikbaar voor stervelingen zoals ik? Is daar een nieuwsdienst voor, of misschien een goeie website?